Ontwerp, kunst en toegepaste kunst
Nicolaas wordt geboren op 23 juni 1959 als jongste van een gezin met 7 kinderen in Deventer. Zijn vader is docent Engels aan het Geert Grote College aldaar en zijn moeder heeft, hoe kan het anders, de handen vol aan het huishouden. Hij groeit op in een rustige maar kinderrijke buurt, waar veel buiten gespeeld wordt. Hij is geen bijzondere leerling op de basisschool en heeft een fijne kindertijd.
Dan volgt een enorme dreun. Zijn vader verdrinkt tijdens de vakantie in Zuid-Duitsland. Hoewel katholiek opgevoed en ook nog wel redelijk (goed)gelovig, valt hij vrijwel direct van zijn geloof af. Zijn moeder heeft het heel zwaar en raakt de grip op het gezin kwijt. En bij Nicolaas groeit al snel het besef dat hij veel alleen zal moeten doen. Hij is dan 8 jaar. Zijn basisschool doorloopt hij zonder verder opvallende gebeurtenissen, al blijkt wel dat zijn zware gevoel hem soms parten speelt. Hij is goed in gymnastiek en kan vooral heel hard lopen.
Als puber begint Nicolaas alle kanten uit te schieten en doet ongeveer alles wat een goede opvoeding  verbiedt. Meisjes vindt hij interessant (en gelukkig meisjes hem ook), al gebeurt er in de praktijk  niet zo veel. Zijn verlegenheid is vaak een te hoge drempel.
Hij neemt klassiek gitaarles, om vooral alles op de gitaar te leren wat nodig is om een goed (elektrisch) gitarist te worden. Hij wil zelf een band oprichten. Er zijn een paar vriendjes die ook wel willen en er worden wat repetities gehouden. Maar er komt niets van de grond. Nicolaas gaat stug verder en wil nu naar het conservatorium voor hoofdvak gitaar. Zijn moeder vindt dat geen goed idee en zijn broers en zusters (allen redelijk muzikaal aangelegd) zien dat ook niet zo zitten. Maar hij zet door en gaat. Eerst het conservatorium dan de band. Hoewel Nicolaas niet onmuzikaal is, is zijn kunde op de gitaar zeer matig, zeker als dat op het podium getoond moet worden. Hij doet nog een tweede hoofdvak erbij met piano als bijvak. Piano blijkt hem beter te liggen en hij maakt het eerste jaar behoorlijke vorderingen. Toch moet hij na bijna 2 jaar constateren dat de uitvoerende muziek hem niet zal brengen wat hij zoekt. Er breekt een moeilijke tijd aan. Hij stopt met het conservatorium en meldt zich aan bij de pedagogische academie in Utrecht.  Al in de loop van het eerste jaar, begint hij zijn toekomstdromen te missen en ook voelt hij  irritatie opkomen door de middelmatigheid van veel van  zijn medestudenten. Met kinderen werken vindt hij wel erg leuk en de kinderen sluiten bijna altijd meteen ‘vriendschap’ met hem. Niet in de laatste plaats omdat hij ze erg veel vrijheden gunt, wat nog wel eens als chaos wordt beoordeeld door zijn mentors. Hij stopt wederom met de opleiding, tot grote spijt van zijn rector, die hem graag had willen houden.
Inmiddels is geleidelijk aan de beeldende kunst in zijn leven geslopen. En dat is wat vreemd omdat hij voorheen nooit enige interesse in welke beeldende kunst dan ook heeft getoond. Maar de ontwikkelingen gaan snel. Na ook nog zijn atheneum in Rotterdam te hebben afgerond, zelfs met enig gemak, verhuist hij naar Amsterdam, meldt zich aan bij de Rietveld Academie en wordt aangenomen.  Ook hier houdt hij het nauwelijks een jaar vol. Het is niet wat hij  er van verwacht heeft. Hij gaat alleen verder. Door allerlei bijbaantjes kan hij in zijn onderhoud voorzien. Dan neemt zijn leven opnieuw een belangrijke wending. Hij voelt zich nog te jong (hij is inmiddels 26 jaar oud) voor dit eenzame leven. Hij besluit te ‘resocialiseren’ en rechten te gaan studeren. Dat kost hem de minste tijd (denkt hij), zodat hij alle overige tijd aan zijn kunst kan besteden. Dat werkt redelijk goed. Hij begint, weliswaar een paar maanden te laat, wat onwennig aan de studie. Begint langzaamaan iets van het juridische jargon te begrijpen, maar belangrijker, hij komt via een vriend in het Concertgebouw in Amsterdam terecht, als suppoost. Deze perfecte bijbaan levert hem veel goeds. Hij studeert binnen 4,5 jaar af, twijfelt nog even of hij zijn scriptieonderzoek zal voortzetten als promotieonderzoek, maar besluit dan toch door te gaan in de kunst. Zijn kunstleven loopt boven verwachting goed. Hij verkoopt, krijgt opdrachten en hij maakt goede vorderingen.
Op een zeker moment krijgt hij een grote opdracht. Dat levert, naar verhouding, zoveel geld op dat hij moet verzinnen wat hij met dat geld gaat doen. Na een korte exercitie besluit hij met dat geld aandelen te kopen (iets waar hij totaal geen verstand van heeft). Maar hij ‘leert’ snel. Hij verdubbelt al snel zijn geld en wordt zo (over)moedig dat hij meer geld dan hij bezit, leent van de bank om nog meer aandelen en afgeleide producten te kopen. Na 3 jaar en heel veel creatieve tijd verloren te hebben, heeft hij een dik miljoen bij elkaar ‘gegokt’, voornamelijk door hele grote risico’s te nemen en vooral door een hoop geluk. Inmiddels is er ook een vastere vriendin in zijn leven gekomen, de latere moeder van zijn 2 zoons. Ze besluiten samen door te gaan en op zoek te gaan naar een huis buiten de randstad. Dat wordt het huis in Buren. Het grootste deel van de aandelen wordt verkocht en gebruikt voor de aanschaf van het huis. Nicolaas voelt zich eindelijk verlost van de aandelenhandel. Nu kan hij  zijn eigen leven weer beginnen op te pakken. Niet lang daarna verkoopt hij ook de rest van zijn aandelen en gebruikt dat geld voor een aanbouw bij het huis. Deze, deels overtollige, ruimte wordt al snel omgebouwd tot B&B (BB van Buren). Nicolaas woont en werkt momenteel nog steeds in Buren.
Ontwerp, kunst en toegepaste kunst
Nicolaas wordt geboren op 23 juni 1959 als jongste van een gezin met 7 kinderen in Deventer. Zijn vader is docent Engels aan het Geert Grote College aldaar en zijn moeder heeft, hoe kan het anders, de handen vol aan het huishouden. Hij groeit op in een rustige maar kinderrijke buurt, waar veel buiten gespeeld wordt. Hij is geen bijzondere leerling op de basisschool en heeft een fijne kindertijd.
Dan volgt een enorme dreun. Zijn vader verdrinkt tijdens de vakantie in Zuid-Duitsland. Hoewel katholiek opgevoed en ook nog wel redelijk (goed)gelovig, valt hij vrijwel direct van zijn geloof af. Zijn moeder heeft het heel zwaar en raakt de grip op het gezin kwijt. En bij Nicolaas groeit al snel het besef dat hij veel alleen zal moeten doen. Hij is dan 8 jaar. Zijn basisschool doorloopt hij zonder verder opvallende gebeurtenissen, al blijkt wel dat zijn zware gevoel hem soms parten speelt. Hij is goed in gymnastiek en kan vooral heel hard lopen.
Als puber begint Nicolaas alle kanten uit te schieten en doet ongeveer alles wat een goede opvoeding  verbiedt. Meisjes vindt hij interessant (en gelukkig meisjes hem ook), al gebeurt er in de praktijk  niet zo veel. Zijn verlegenheid is vaak een te hoge drempel.
Hij neemt klassiek gitaarles, om vooral alles op de gitaar te leren wat nodig is om een goed (elektrisch) gitarist te worden. Hij wil zelf een band oprichten. Er zijn een paar vriendjes die ook wel willen en er worden wat repetities gehouden. Maar er komt niets van de grond. Nicolaas gaat stug verder en wil nu naar het conservatorium voor hoofdvak gitaar. Zijn moeder vindt dat geen goed idee en zijn broers en zusters (allen redelijk muzikaal aangelegd) zien dat ook niet zo zitten. Maar hij zet door en gaat. Eerst het conservatorium dan de band. Hoewel Nicolaas niet onmuzikaal is, is zijn kunde op de gitaar zeer matig, zeker als dat op het podium getoond moet worden. Hij doet nog een tweede hoofdvak erbij met piano als bijvak. Piano blijkt hem beter te liggen en hij maakt het eerste jaar behoorlijke vorderingen. Toch moet hij na bijna 2 jaar constateren dat de uitvoerende muziek hem niet zal brengen wat hij zoekt. Er breekt een moeilijke tijd aan. Hij stopt met het conservatorium en meldt zich aan bij de pedagogische academie in Utrecht.  Al in de loop van het eerste jaar, begint hij zijn toekomstdromen te missen en ook voelt hij  irritatie opkomen door de middelmatigheid van veel van  zijn medestudenten. Met kinderen werken vindt hij wel erg leuk en de kinderen sluiten bijna altijd meteen ‘vriendschap’ met hem. Niet in de laatste plaats omdat hij ze erg veel vrijheden gunt, wat nog wel eens als chaos wordt beoordeeld door zijn mentors. Hij stopt wederom met de opleiding, tot grote spijt van zijn rector, die hem graag had willen houden.
Inmiddels is geleidelijk aan de beeldende kunst in zijn leven geslopen. En dat is wat vreemd omdat hij voorheen nooit enige interesse in welke beeldende kunst dan ook heeft getoond. Maar de ontwikkelingen gaan snel. Na ook nog zijn atheneum in Rotterdam te hebben afgerond, zelfs met enig gemak, verhuist hij naar Amsterdam, meldt zich aan bij de Rietveld Academie en wordt aangenomen.  Ook hier houdt hij het nauwelijks een jaar vol. Het is niet wat hij  er van verwacht heeft. Hij gaat alleen verder. Door allerlei bijbaantjes kan hij in zijn onderhoud voorzien. Dan neemt zijn leven opnieuw een belangrijke wending. Hij voelt zich nog te jong (hij is inmiddels 26 jaar oud) voor dit eenzame leven. Hij besluit te ‘resocialiseren’ en rechten te gaan studeren. Dat kost hem de minste tijd (denkt hij), zodat hij alle overige tijd aan zijn kunst kan besteden. Dat werkt redelijk goed. Hij begint, weliswaar een paar maanden te laat, wat onwennig aan de studie. Begint langzaamaan iets van het juridische jargon te begrijpen, maar belangrijker, hij komt via een vriend in het Concertgebouw in Amsterdam terecht, als suppoost. Deze perfecte bijbaan levert hem veel goeds. Hij studeert binnen 4,5 jaar af, twijfelt nog even of hij zijn scriptieonderzoek zal voortzetten als promotieonderzoek, maar besluit dan toch door te gaan in de kunst. Zijn kunstleven loopt boven verwachting goed. Hij verkoopt, krijgt opdrachten en hij maakt goede vorderingen.
Op een zeker moment krijgt hij een grote opdracht. Dat levert, naar verhouding, zoveel geld op dat hij moet verzinnen wat hij met dat geld gaat doen. Na een korte exercitie besluit hij met dat geld aandelen te kopen (iets waar hij totaal geen verstand van heeft). Maar hij ‘leert’ snel. Hij verdubbelt al snel zijn geld en wordt zo (over)moedig dat hij meer geld dan hij bezit, leent van de bank om nog meer aandelen en afgeleide producten te kopen. Na 3 jaar en heel veel creatieve tijd verloren te hebben, heeft hij een dik miljoen bij elkaar ‘gegokt’, voornamelijk door hele grote risico’s te nemen en vooral door een hoop geluk. Inmiddels is er ook een vastere vriendin in zijn leven gekomen, de latere moeder van zijn 2 zoons. Ze besluiten samen door te gaan en op zoek te gaan naar een huis buiten de randstad. Dat wordt het huis in Buren. Het grootste deel van de aandelen wordt verkocht en gebruikt voor de aanschaf van het huis. Nicolaas voelt zich eindelijk verlost van de aandelenhandel. Nu kan hij  zijn eigen leven weer beginnen op te pakken. Niet lang daarna verkoopt hij ook de rest van zijn aandelen en gebruikt dat geld voor een aanbouw bij het huis. Deze, deels overtollige, ruimte wordt al snel omgebouwd tot B&B (BB van Buren). Nicolaas woont en werkt momenteel nog steeds in Buren.